Terugblik 10 oktober 2013

Het Nederlandse onderwijs negeert de sociaal-culturele achterstand van leerlingen. Dat stelt onderzoeker Anita Nanhoe in haar promotieonderzoek naar de succesfactoren in het hoger onderwijs.

Nanhoe presenteerde haar bevindingen op de Conferentie ISNL, die op donderdag 10 oktober werd gehouden op Hogeschool InHolland te Rotterdam. De conferentie stond in het teken van het beter matchen van talentvolle jeugd uit kansarme omgevingen aan het hoger onderwijs, een issue dat niet alleen in Rotterdam maar in heel Nederland speelt. Volgens Nanhoe, die haar onderzoeksresultaten optekende in het boek “Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan”, hebben niet alleen economische factoren invloed op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en het succes daarna, maar spelen vooral netwerkvaardigheden en kennis van verschillende sociale codes een doorslaggevende rol. “Voor veel talentvolle jongeren uit kansarme milieus is het hoger onderwijs simpelweg geen optie, vanwege onbekendheid of omdat ze de juiste sociale en culturele vaardigheden niet leren. In Nederland wordt daar nauwelijks in geïnvesteerd, en dat is een groot gemis”, aldus Nanhoe. Tijdens de presentatie van haar onderzoek riep Nanhoe dan ook op tot een Deltaplan voor het hoger onderwijs.

Ook andere sprekers uit het Rotterdamse hoger onderwijs gaven hun eigen, soms onorthodoxe visie op dit vraagstuk. Volgens Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratie studies aan de Erasmus Universiteit, wordt Rotterdam qua sociaal-culturele achtergronden steeds diverser en moet men zich afvragen of de term 'integratie' nog wel bruikbaar is. Paul van de Laar, directeur Museum Rotterdam en bijzonder hoogleraar geschiedenis van Rotterdam aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, betoogde dat er kansen liggen voor een transnationale elite die is uitgerust voor de uitdagingen van een sterk veranderende stad. Ook het Rotterdamse gymnasiumonderwijs was vertegenwoordigd op de conferentie. Paul Scharff, rector van het Erasmiaans Gymnasium, zette vraagtekens bij de mate waarin het gymnasium- en hoger onderwijs openstaat voor talentvolle maar kansarme jongeren. Volgens hem vormen de zogenaamde Talentenklassen, een project dat in samenwerking met Sezer voor Diversiteit is opgestart, belangrijke schakels om talent en hoger onderwijs effectief aan elkaar te koppelen. 

Renata Voss, lid van het College van Bestuur van het Albeda College, gaf tot slot een aantal praktische succesfactoren mee, waarmee zij hun studenten grotere slagingskansen bieden. Passende voorlichting bij het maken van een studiekeuze, goede begeleiding en het aanbieden van passende stageplekken zijn daarbij een aantal doorslaggevende succesfactoren. Onder leiding van dagvoorzitter Ralph van Hessen vond er aan het eind van de conferentie een debat plaats over de conclusies en best practices rond dit onderwerp, die daarna werden aangeboden aan Korrie Louwes, de Rotterdamse wethouder voor Arbeidsmarkt, Hoger Onderwijs, Integratie en Participatie. De belangrijkste daarvan waren: 

  • Zorg voor een onderwijsaanbod dat goed aansluit op de lokale economie.
  • Zorg voor een goede afspiegeling van het leerlingenbestand in relatie tot de directe omgeving.
  • Maak gebruik van de grote diversiteit die de omgeving van de opleiding in een grotere stad biedt.
  • Werk niet alleen op beleidsmatig niveau maar laat leerlingen zich ook aan elkaar optrekken.
  • Betrek het bedrijfsleven nauw bij het onderwijsaanbod  

Nieuws

TALENTENKLASSEN GAAN WEER VAN START! Het is zover!  De talentenklassen gaan weer van start! De talentenklassen is een pro...
lees meer...

Talent-en Perspectiefklassen: Het onderling Debat Op het CSG Calvijn Vreewijk vindt op ...
lees meer...

05-01-2015 Precies vandaag bestaat ons bedrijf 15 jaar. Geen enkel bedrijfsproces is...
lees meer...

Volg ons op Twitter!  Volg ons op Facebook